top of page

Waarom emotieregulatie doet wat stressmanagement belooft

  • Foto van schrijver: Sander Gremmen
    Sander Gremmen
  • 3 dagen geleden
  • 3 minuten om te lezen

Stel je voor: een collega zegt dat hij er doorheen zit. Dat de stress hem boven het hoofd groeit. Je knikt begripvol en denkt: hij heeft rust nodig. Maar wat als het probleem helemaal niet is wat het lijkt? Wat als "ik ben zo gestrest" iets heel anders betekent dan we altijd hebben aangenomen?


Onderzoeker Sonia Lupien stelde zich diezelfde vraag.

In 2022 publiceerde ze samen met haar team een studie in het tijdschrift Neurobiology of Stress. Ze onderzochten 123 volwassenen die zichzelf omschreven als "heel gestrest" of "zen" en maten bij beide groepen iets wat je misschien niet verwacht: biologische stressmarkers. Concreet gaat het om cortisol en alfa-amylase, stoffen die twee verschillende fysiologische systemen aanmaken wanneer het lichaam echt onder druk staat.


Het resultaat? Geen enkel significant verschil tussen de twee groepen. Niet in het cortisol, niet in de alfa-amylase. Het lichaam van de "heel gestreste" mensen deed biologisch gezien precies hetzelfde als dat van de "zen" mensen.


Dus wat is er dan wél aan de hand?

De groepen verschilden enorm van elkaar op psychologische en socioemotionele maten. De "heel gestreste" mensen scoorden significant slechter op emotieregulatie, hadden meer last van angst en somberheid, waren minder veerkrachtig en dwaalden vaker ongecontroleerd weg in hun gedachten. Wat al deze kenmerken gemeen hebben is niet een overbelast lichaam, maar moeite met het verdragen van negatieve gevoelens.


En dat is een cruciaal onderscheid.

Negatieve gevoelens zijn ongemakkelijk. Dat is per definitie zo. Maar voor sommige mensen is dat ongemak zo groot dat ze er niet bij kunnen blijven. In plaats van een gevoel toe te laten en te laten zakken, raken ze eraan vast. Gedachten draaien door, het gevoel groeit groter dan de situatie, en er ontstaat een innerlijke toestand die mensen instinctief labelen als "stress". Het woord stress is als het ware de verpakking geworden voor alles wat voelt als te veel.


Hier ligt precies het probleem met stressmanagement.

Ademhalingsoefeningen, time management, meditatie-apps, rustmomenten: het zijn allemaal antwoorden op een fysiologisch verhaal dat bij de meeste mensen helemaal niet het dominante verhaal blijkt te zijn. Stressmanagement gaat ervan uit dat het lichaam te veel aanstaat en dat je het moet uitzetten. Maar als wat mensen "stress" noemen in werkelijkheid moeite is met het verdragen van negatieve gevoelens, dan geef je mensen gereedschap voor het verkeerde probleem.


Je leert iemand rustig ademhalen terwijl het eigenlijke probleem is dat hij niet weet wat hij voelt.


Emotieregulatie pakt dat wél aan. Wie leert om negatieve gevoelens nauwkeuriger te benoemen, ze toe te laten zonder er direct van weg te hoeven, en ze in perspectief te plaatsen, wordt veerkrachtiger. Niet omdat de situatie verandert, maar omdat de verhouding tot de eigen beleving verandert. En dat verschil, iemand die leert dat moeilijke gevoelens er mogen zijn zonder dat hij er direct iets mee moet, is groter dan welke ontspanningstechniek dan ook.


Dit is geen aangeboren talent. Het is een vaardigheid.


Wie moeite heeft met het toelaten van negatieve gevoelens, grijpt vaker naar vermijding, piekert meer en raakt gevangen in een patroon van onderdrukking dat de draaglast op de lange termijn juist vergroot. Stressmanagement doorbreekt dat patroon niet. Het geeft er hooguit tijdelijk wat lucht in.


Er is ook een bredere context. Als negatieve emoties in een omgeving impliciet niet welkom zijn, als kwetsbaarheid onprofessioneel is en moeilijkheden worden afgedaan met "het gaat wel weer", dan vinden mensen geen andere uitweg dan alles te labelen als stress en te wachten op een oplossing van buiten. Stressmanagementprogramma's passen perfect in die cultuur, omdat ze het individu een techniek geven zonder dat er iets hoeft te veranderen aan wat er eigenlijk gezegd en gevoeld mag worden.


Dat is geen oplossing. Dat is een pleister.

Het eerlijkere vertrekpunt is de vraag: wat voel jij precies? Niet als therapeutische interventie, maar als basishouding. Iemand die leert zijn eigen gevoelens scherper te onderscheiden, zoals het verschil tussen frustratie, teleurstelling en angst, heeft meer handvatten dan iemand die alles samenperst onder het woord "stress". En met meer handvatten kom je verder.


Lupien en haar team concluderen dat het construct "stress" zoals mensen het dagelijks gebruiken, mogelijk een fundamenteel ander fenomeen is dan de biologische stressrespons die wetenschappers meten. Dat klinkt technisch, maar de implicatie is simpel: de meeste mensen die zeggen gestrest te zijn, zijn niet fysiologisch overbelast. Ze hebben moeite met wat ze voelen.


Stressmanagement lost dat niet op. Emotieregulatie wel.


En dat is het gesprek dat we veel vaker zouden moeten voeren.

 
 
 

Opmerkingen


Crystal Clarity
Ravnsborggade 21 A, 5 th
2200 Copenhagen
+31643477300

©2023 by Crystal Clarity

bottom of page