top of page

Slapen jij slecht terwijl je medicijnen gebruikt? Dit kan de reden zijn.

  • Foto van schrijver: Sander Gremmen
    Sander Gremmen
  • 3 jun
  • 3 minuten om te lezen

Door Sander | Crystal Clarity


In onze HRV-data zien wij een opvallend patroon: mensen die medicijnen met corticosteroïden innemen vlak voor het slapengaan, laten een slaapkwaliteit zien die 2 tot 20 procent slechter is dan op andere nachten. Dit is geen wetenschappelijk onderzoek, maar een observatie in onze eigen data die mij nieuwsgierig maakte. Genoeg reden om de wetenschappelijke literatuur in te duiken.


Wat meten wij precies?

Wij meten slaapherstel via HRV, hartritme variabiliteit. HRV is de variatie in tijd tussen opeenvolgende hartslagen. Een hogere HRV tijdens de slaap is geassocieerd met beter fysiek en mentaal herstel. Het is geen absolute maatstaf, maar een van de signalen die wij in onze metingen meenemen om te begrijpen hoe goed iemand oplaadt tijdens de nacht.


Wat zegt de wetenschap?

Het patroon dat wij in onze data zien, wordt bevestigd door gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek.


Corticosteroïden verlagen de HRV

Een dubbelblinde crossover-studie (Philippi et al., 2024) toonde bij vrouwen aan dat acute cortisoltoediening de HRV significant verlaagt. Twee prospectieve observationele studies bij zwangere vrouwen (Bester et al., 2023 en 2024) lieten zien dat betamethasone, een veelgebruikt corticosteroïd, de hartfrequentie binnen 24 uur verhoogt en parasympathisch gerelateerde HRV-indices significant verlaagt. Opvallend: dit effect verdween binnen drie à vier dagen na de laatste inname.


Corticosteroïden verhogen het risico op slaapproblemen

Een meta-analyse gepubliceerd in JAMA Network Open (Lima et al., 2025) analyseerde 45 gerandomiseerde studies met in totaal 6.470 deelnemers. De conclusie: kortdurend gebruik van systemische corticosteroïden verhoogt het risico op slaapproblemen significant, met 15 extra gevallen per 1.000 gebruikers ten opzichte van de controlegroep. De bewijskracht werd beoordeeld als matig, wat in de wetenschappelijke literatuur als een solide basis geldt voor klinische conclusies.


De literatuur is niet eenduidig

Eerlijkheid vereist dat wij ook de tegenstrijdige bevindingen benoemen. Niet alle corticosteroïden hebben hetzelfde effect.


Een studie bij kinderen met Duchenne spierdystrofie (Dias et al., 2021) toonde aan dat prednison de HRV verbeterde naar niveaus vergelijkbaar met gezonde controles, terwijl deflazacort dat niet deed. Dit illustreert dat het type corticosteroïd een wezenlijk verschil maakt.

Intranasale corticosteroïden, een ander toedieningspad met een fundamenteel andere werking dan systemisch gebruik, verbeterden de zelfgerapporteerde slaapkwaliteit bij mensen met allergische rhinitis (Tabata et al., 2024). Dit effect trad waarschijnlijk indirect op doordat neusklachten verminderden, niet via een directe invloed op de slaaparchitectuur. Objectieve slaapmaten zoals de Epworth Sleepiness Scale lieten in dezelfde meta-analyse geen significant effect zien.


De conclusie is dan ook genuanceerd: het type corticosteroïd, de dosering en de manier van toediening maken aanzienlijk verschil voor het effect op slaap en HRV.


Wat zien wij in onze eigen data?

Bij mensen die in overleg met hun arts het medicijn eerder op de dag innamen, maten wij een verbeterde slaapkwaliteit en HRV tijdens de slaap. Dit sluit aan bij wat bekend is over de biologische werking van corticosteroïden: het lichaam heeft zijn eigen cortisol-ritme, met een piek vroeg in de ochtend. Inname laat op de dag kan dit ritme verstoren.


Voor wie is dit relevant?

Slaap je goed en voel je je uitgerust? Dan is er geen reden om hier iets mee te doen.

Dit is alleen relevant als je corticosteroïden gebruikt én tegelijkertijd last hebt van slaapproblemen of aanhoudende vermoeidheid. In dat geval is het zinvol om het gesprek aan te gaan met je arts. De timing van medicatie is een medische beslissing, en niet iets om op eigen houtje te veranderen.


Bronnen

  • Philippi et al. (2024). Cortisol administration reduces heart rate variability in women. Psychoneuroendocrinology.

  • Bester et al. (2023 en 2024). Betamethasone and maternal heart rate variability. Prospectieve observationele studies.

  • Lima et al. (2025). Adverse Events Following Short-Course Systemic Corticosteroids Among Children and Adolescents. JAMA Network Open. https://consensus.app/papers/details/dd6c749df2765a509c6f44a21c665535/

  • Dias et al. (2021). Corticosteroid type and HRV in Duchenne muscular dystrophy. Pilotstudie.

  • Tabata et al. (2024). Intranasal corticosteroids and sleep quality in allergic rhinitis. Meta-analyse van 18 RCTs.

 
 
 

Opmerkingen


Crystal Clarity
Ravnsborggade 21 A, 5 th
2200 Copenhagen
+31643477300

©2023 by Crystal Clarity

bottom of page