Twintig jaar lang dacht ik dat ik de enige was
- Sander Gremmen
- 5 jun
- 3 minuten om te lezen
Een op de zeven van je collega’s kampt met angst of paniekaanvallen. De meesten zwijgen daarover. Dit is waarom dat moet veranderen, en wat jij als HR-professional of manager kunt doen.

Mijn verhaal
Twintig jaar lang liep ik rond met angstaanvallen. Twintig jaar lang dacht ik dat ik de enige was. Niemand in mijn omgeving wist het, niemand had het door. Ik functioneerde gewoon, deed mijn werk, was er voor anderen. Maar van binnen was er een constante strijd gaande.
Pas later ontdekte ik dat ik ver van de enige was. Eén op de zeven mensen op de werkvloer kampt met angst of paniekaanvallen. En slechts één op de vijf van hen bespreekt dat met de huisarts. Dat is geen toeval. Dat is schaamte.
Als HR-professional of manager kijk je dagelijks naar mensen van wie je eigenlijk niets weet over wat hen bezighoudt. Dat is niet jouw tekortkoming. Het is een collectief zwijgen, gevoed door een cultuur waarin kwetsbaarheid op het werk nog steeds te vaak als zwakte wordt gezien.
Wat speelt er op de werkvloer?
Van de zeven mensen in een gemiddelde vergaderzaal heeft er op dit moment minstens één last van angstklachten die serieus genoeg zijn om van een stoornis te spreken. Die collega is grotendeels onzichtbaar. Minder dan één op de vijf mensen met een angststoornis is bij hun huisarts bekend. De rest werkt door, functioneert soms jarenlang onder verminderd vermogen, en komt pas in beeld als het al te laat is.
Dit zijn geen schattingen op basis van een snelle vragenlijst. Het NEMESIS-3-onderzoek van het Trimbos-instituut stelde diagnoses vast via uitgebreide gesprekken. De uitkomst: 13,5 procent van de Nederlandse werkenden had het afgelopen jaar een angststoornis. Dat zijn ongeveer 1,2 miljoen mensen. Vrouwen worden bijna twee keer zo vaak getroffen als mannen. Jongvolwassenen van 18 tot 24 jaar zijn de zwaarst getroffen leeftijdsgroep, met bijna twintig procent.
Angst en paniekaanvallen zijn geen karakterzwakte en geen teken van ongeschiktheid. Het zijn reacties van een zenuwstelsel dat overbelast is geraakt, soms door ingrijpende ervaringen, soms door een langdurige ophoping van spanning, soms simpelweg door aanleg. Medewerkers die ermee kampen, presenteren zich op het werk vaak als betrokken, verantwoordelijk en betrouwbaar. Ze vallen zelden op. En dat maakt het zo moeilijk te zien.
Wat helpt er daadwerkelijk?
De goede berichten: er is veel dat helpt. Zowel lichamelijk als cognitief zijn er bewezen effectieve therapieën. Aanvullende leefstijlinterventies, zoals slaap, minderen van alcohol en beweging, kunnen klachten significant verlichten.
Maar er is iets dat minstens even krachtig is, en dat vaak wordt onderschat: erkenning.
Horen dat je niet alleen bent. Begrijpen hoe brein en lichaam samenwerken bij angst. Inzien dat er niets mis met je is als persoon, maar dat je zenuwstelsel een patroon heeft aangeleerd dat je kunt doorbreken. Dat inzicht alleen kan al een enorme opluchting zijn voor mensen die jarenlang dachten dat ze simpelweg ‘te gevoelig’ of ‘niet sterk genoeg’ waren.
De rol van HR en leidinggevenden
Jij hoeft dit probleem niet op te lossen. Maar jij kunt wel de ruimte creëren waarin mensen dit durven bespreken. Dat begint met het onderwerp zichtbaar maken binnen je organisatie.
Wil je dit onderwerp bespreekbaar maken in jouw organisatie?
Crystal Clarity biedt een anoniem webinar over angst en paniek, speciaal ontwikkeld voor de werkvloer. Medewerkers kunnen deelnemen zonder naam, zonder drempel, zonder dat hun leidinggevende weet dat ze er zijn.
Neem contact op en we bespreken samen wat past bij jouw organisatie.
